Het Vossenhol, Vos op Vrijdag

Over heenreizen en terugreizen

NIEUW: luister naar de column, voorgelezen door Twan Vet zelf!

En hoe verder hij ging,

des te langer

was zijn terugweg.

     C.C.S. Crone

Ik heb geen rijbewijs, dus reis ik vaak met de trein. Voor mij is het onvermogen om een auto te besturen niet echt een groot probleem, maar voor anderen soms wel: ik moet altijd worden opgehaald door familie, vrienden en bekenden wanneer het openbaar vervoer mij niet tot mijn eindbestemming kan brengen. Vaak word ik ook weer thuisgebracht, gelukkig.

De trein vind ik een wonderlijke plek, een soort plaatsmachine: je stapt ergens in en loopt na een bepaalde tijd een andere wereld binnen. Die andere wereld kan soms een prachtig voorportaal hebben zoals station Groningen, of Amsterdam, maar ook mistroostige hellepoorten zoals Muiderpoort of Schothorst – dat is het lot van een treinreiziger. In de trein kan je naar de meest bijzondere mensen kijken, die allemaal met elkaar gemeen hebben dat ze onderweg zijn. Vergezeld door een intrigerend boek, vers ontdekte muziek, mijn trouwe oortjes en een heerlijke, kabbelende podcast ben ik al naar de verste oorden van ons land gereisd met de trein. Ik heb weilanden, Vinex-wijken, stadsmuren en rivieren aan mijn raam voorbij zien glijden.

Er is een groot verschil tussen een heenreis en een terugreis: de heenreis vind ik vaak leuker dan de terugreis – dan gonst er een bepaalde spanning, een verwachting door mijn lijf: er staat iets te gebeuren, er wachten nieuwe herinneringen waarvan ik weet dat ze gaan komen, maar ik weet nog niet in welke vorm, op welke manier. In de heenreis huist altijd een aangename onbekendheid, sterker nog, een promesse de bonheur, zoals Stendhal ooit schreef. Alles kan nog gebeuren, en dat alles is in mijn hoofd eigenlijk altijd positief. Een ontmoeting met een vriend uit het verleden, een stadsbezoek, een voordracht in een vreemde stad, een date met een meisje dat wel eens de liefde van mijn leven zou kunnen zijn (maar dat eigenlijk nooit is); de heenreis brengt me naar die gebeurtenissen, die mensen, die plekken, waardoor de tijd veel sneller lijkt te gaan.

Na de heenreis volgt onvermijdelijk de terugreis. Die kan op twee manieren verlopen: soms wordt de belofte ingelost en zit ik met een tevreden gevoel neder, woon ik even in mijn gelukkige hoofd en ben ik, wanneer ik weer even opkijk, ineens bijna thuis. Vaker is de terugreis een lange tocht waarin ik mijn keuzes overdenk, was ik maar niet gegaan, zonde van mijn tijd, waarom keek ik hier zo naar uit en hevig terugverlang naar de burcht die mijn huis is. Alles hangt af van het moment dat precies tussen de heenreis en de terugreis in ligt, alles is afhankelijk van de gebeurtenissen daartussenin en dat vind ik mooi – de terugweg is bijna altijd minder leuk dan de heenreis, ook al was de ontmoeting, het evenement, de gebeurtenis voor de terugreis nog zo leuk; het is zelden zo leuk als je op de heenreis had gehoopt, had verwacht, of had bedacht. Sinds ik dit inzag, zie ik het leven steeds meer als een heenreis, en dat helpt.

Dit was de zesde column van Twan Vet, die elke week in de rubriek ‘Vet op Vrijdag’ schrijft over wat hem die week bezighoudt.

Twan Vet (1998) schrijft poëzie, proza, liedteksten en muziek. Hij schreef columns voor Tirade, zijn gedichten verschenen eerder in o.a. Tijdschrift Ei en Ooteoote, in verschillende bloemlezingen en hij droeg voor op podia zoals Dichters in de Prinsentuin en de Nacht van de Literatuur. Twan Vet is mede-oprichter van De Kwistige Reynaerde

Een gedachte over “Over heenreizen en terugreizen

  1. Wat een mooi verhaal zeg
    Zo zou je ook iets over verhuizen kunnen bedenken en dat je nieuwe mensen ontmoet dan zou bv een buurman of buurvrouw kunnen noemen alleen met de eerste letter of een zekere Bas of Willem weet niet misschien wel leuk

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *