Een eigen (t)huis

Paul Bezembinder

Een gesprekje in het verpleeghuis

Ik heb de vaat nog met de hand gedaan. Ieder bord
werd in een teiltje afgewassen, nagespoeld en met
een doek gewreven voor het in de kast verdween.
Het gaf servies een kwetsbaarheid van porselein,
van schelpen, van hortensia's, van klusgeluiden,
kinderstemmen in de verten, perspectief in het
verschiet. Met een vaatwasser heb je dat niet.
De kamer

Schoonheid is schoonmaak. Onderhoud.
Het brons kreeg zo zijn patina, het goud
zijn vuur, en in de knoken van het hout
gloeit zacht de amber van het avonduur.
De oude telefoon, van krakend bakeliet,
wordt opgewreven met verstild verdriet
en dat het zitvlak van de bank zo blinkt,
komt vóór al door de ongerijmde poëzie
(Tarkovski, Brodsky, Mandelstam, Ajgi)
die hier vanaf het eerste uur weerklinkt.
De dingen

Nog los van wat de analytici beweren,
dat de ondergrond van iedere ontologie
bepaald wordt door wat je van jongs af
aan wordt ingepeperd, wat ík mij met
de poëzie – met lavendel, pepermunt,
verschoten planken, Alfred Brendel –
aan vrijheden kon permitteren, hielp
mij met en in de wereld te verkeren;
je schraagt wat je niet naasten kunt.
De thuiskomst van Odysseus

Genezen van een depressie is met pensioen
gaan, een vader worden van jezelf. Je koopt plots
orchideeën voor in de kamer, een pompoen
voor in de tuin. Vreugde dat jij het Oordeel Gods

hebt weten te overleven contrasteert met
de verwarring van je vrouw: een vreemde vogel
eist zijn ruimte op in huis, wil spelen in bed,
ontregelt volstrekt het huishouden door kogel-

biefstukken te bakken op momenten dat het
in háár keuken net niet schikt. Als God niet bestaat
is alles toegestaan, al lukt er niks … maar met
de komst van het licht merk je: nee, niet alles gaat

of mag zomaar – maar mogelijkheden zijn er
te over, mits in overleg met haar. Als een oude
man, licht kinds nu, op reis in mijn huis, herwin
ik langzaam mijn lief. Wij zijn niet meer alleen.

Uit orchideeën, pompoen, glaswerk en borden
worden wij herboren – het is zoals Cyrulnik zei:
Het is niet voldoende geboren te worden,
zichzelf ter wereld brengen hoort er ook nog bij.

Paul Bezembinder studeerde theoretische natuurkunde in Nijmegen. In zijn poëzie zoekt hij vooral in klassieke versvormen en thema's naar de balans tussen serieuze poëzie, pastiche en smartlap. Zijn gedichten en vertalingen (Russisch-Nederlands) verschenen in verschillende (online) literaire tijdschriften. Hij publiceerde de volgende bundels: Kwatrijnen (2018), Gedichten (2020, heruitgave) en Parkzicht (2020). Meer voorbeelden van zijn werk vindt u op: www.paulbezembinder.nl.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *