Een eigen (t)huis

De Woorden van Waar (Deel 1)

Welkom in de wereld

Toen ik de wereld wilde ontdekken, wist ik me te gast. De tijdgeest van de jaren ’60 was vol van vraagstukken en veranderingsdrift. In een zinderende rebellie duwden en schopten vooral jongeren tegen hoe het was. 

Wie mee wilde tellen moest alles opnieuw onderzoeken en beproeven. Ideeën en oplossingen tuimelden over elkaar heen en een staalkaart aan nieuwe theorieën en levensprincipes zag het licht. 

Je kon hippie worden, terug naar de natuur, zelf je schoenen maken, je hoofd laten rondzingen in een Nirvana opgewekt door de roes van talloze drugs. Voor je het wist was je actievoerder, maakte je blauwdrukken van de ideale samenleving met nauw omschreven rechten en wat minder stevig omhelsde plichten. Of je laveerde wat, ging niet meer naar de kerk, maar bleef je geloven in naastenliefde, boende milieubewust je huis met groene zeep, sloot wel een verzekering af en deed toch maar een examen.

Iedereen had ideeën, iedereen had gelijk en iedereen deed waar die zin in had. 

Ik wist me aangesproken, er moest iets zinnigs van komen. Van al die vrijheid en al die ideeën. Maar hoe zou ik een plek vinden? Waar kon ik beginnen? 

Ik wilde me niet afsluiten, maar ook zeker niet zomaar aansluiten. Al die richtingen en stromingen hadden tenslotte één ding gemeen: pas als iedereen zou doen wat er werd beoogd,  pas dan zou een werkelijk betere wereld binnen bereik komen. Zonder een ster te zijn in wiskundige kansberekening, zag ik het daar nooit van komen. Mijn eigen theorie was dat het ook niet goed zou zijn om je te bepalen tot één van die richtingen. Dat er teveel in een mensenleven aan de hand is om het bij voorbaat te beperken. Er moest ruimte zijn voor wiebelen en draaien om met het leven om te kunnen gaan. Gelijk hebben was een vorm van luiheid, stelde ik vast.

Ik bedacht twee leefregels: altijd opletten en nadenken als vaste gewoonte en vertrouwen stellen in anderen, tot het tegendeel bewezen werd. Hier moest ik naar leven, wilde die betere wereld binnen bereik komen. Ik gaf er uitvoering aan met een vrijwel grenzeloze gastvrijheid, alles delend wat ik bezat tot ik merkte hoe het principe van die gastvrijheid zich tegen mij keerde.

Talloos waren ze, mijn gasten, al toen ik nog piepjong was. Mijn welkom werd uitstekend begrepen. In een kreunend kraakpand trokken hordes wereldveroveraars, junks en gelukszoekers voorbij. Mijn gasten aten, blowden, leenden, praatten en lieten een schier landschap aan afwas achter zich. Het stond nog dagen aan te koeken voor ik de moed had om vier uur lang keteltjes water te koken en alles af te wassen. 

Van mijn gasten leerde ik dat dit mijn karma was. Geleend uit oosterse geloofsstromingen die te pas en te onpas werden aangeroepen om de wereld en eigen handelen te duiden, werd ik nu weggezet als nuttige, maar oninteressante huisvrouw bij wie je gelegitimeerd kon potverteren. Er sprak vriendschap noch solidariteit uit deze houding. Ik voelde me verstoten uit de groep.

Pas veel later werd mij duidelijk dat het aanhalen van het begrip karma ook een vrij akelige boodschap inhield. Mijn plaats in dit leven werd bepaald door wat ik er in het vorige van terecht had gebracht. Het was zogezegd mijn eigen schuld dat ik alles in mijn eentje moest zien te klaren. Zo hapte ik zand toen de nieuwe wereld met al zijn idealen leek te kunnen beginnen, en was diep verbijsterd. 

Mijn leven begon halverwege de jaren ’50 en ik groeide op in een gezin dat leefde onder de emotionele schaduwen van de Tweede Wereldoorlog. Mijn generatie was ook de generatie die ook opgroeide in een tijd van snel groeiende welvaart. Ik was een kind van mijn tijd: verliet na drie jaar het gymnasium om te gaan leven in een kraakpand in Amsterdam. Daar veranderde mijn leven voorgoed met de geboorte van mijn zoon. De jaren van zijn opgroeien probeerde ik maatschappelijk aan te haken. Het ontwikkelen van podia en festivals tekenden deze tijd voor mij. Ik werd een voorvechter van allerlei culturele vernieuwingen. Op latere leeftijd ben ik kunstgeschiedenis gaan studeren en studeerde af in de architectuur nieuwste tijd. Daarnaast ben ik gaan werken als beleidsambtenaar openbare ruimte bij een grote gemeente. Hierna ben ik actief geworden als auteur. Mijn fictie schrijf ik onder mijn schrijversnaam Lena Landauer.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *